Poëzie-dialoog: Parel van een duistere kroon

Poëzie-dialoog: Parel van een duistere kroon

7a0a7940d2d0ea18daf60a154aaae4c9_1349857521_medium

Ik: Ik zoek het licht

     van een verdorven geluk.

      Mijn handen rond je hals,

      sommeren het springtij

      van het kolkende sop.

Jij: Ik ben de nacht,

      die haar fluwelen mantel

      over jouw wereld zwaait.

      De sterren dienen mij

      tot ogen.

      Mijn stem vervaagt

      in het ochtendlicht.

Ik:  In de duisternis der diepte

      zoek ik een toorts van hoop.

      Op zoek naar een kleur,

      dat niet past in de gekleurde bogen.

Jij: Je bent op zoek naar

     een fontein van onschuld.

     Al wat ik je te bieden heb

     is de kleur van mijn haar.

     Mijn weg loopt over vuur.

Ik: Daar we dezelfde taal niet spreken,

     zal ik mijn boodschap laten

     toefluisteren door het licht

     dat je zal treffen.

Jij:  Mijn kind zal me wreken,

      duisternis is mijn vorst,

      zwart is mijn kleur.

      Ga in de ruïne van je zoektocht.

      Sterf in de lagune van kleuren.

Ik: Het firmament zal zich kleuren,

      de zee zal tegen je opbruisen.

       Ik zal het licht zijn.

      Mijn leven zal het leven zijn.

      De wet zal door de kleuren

      geschreven worden.

Jij: De hemel zal mijn bliksems leiden.

      De regen je onschuld wegspoelen.

      En voor eeuwig zal ik heersen

      op de troon van verdriet.

Ik: Licht zal mijn zwaard zijn,

     een banier in een dal

     van brandende haat.

     Als ik sterf zal mijn lichaam

     terugkeren naar het licht.

Jij: Een zondvloed zal opsteken

     vanuit de Apocalyps,

     vuur zal de grot

     van vertrouwd vernietigen.

     Het enige dat blijven zal

     is het bloed van het vuur,

     de as zal vallen op de bodem.

Ik: Mijn lichaam zal licht uitstralen.

     Ver weg over de berg van geluk.

     Daar waar de waterval

     blijft vloeien in de zee

     van honderd en één deugden.

Jij: Jij zult de parel zijn

     van mijn duistere kroon.

     Je kleuren van onzekerheid

     zullen vervagen in je lichaam.

     Schuld zal zich meester maken

     van een sprankelende fontein

     die je geweten noemt.

     geboren worden.

     Samen zijn we opgegroeid

     in een veld van vreugde.

     We hebben duisternis

      zien ontstaan,

      in een rijk waar de elfjes

      niet welkom zijn.

Jij: Ga en zoek de weg

     naar de burcht

      waar rozen groeien

      op de gevels van wit kalksteen.

Ik: Ga met me mee

      en laat ons leven

      in een land van kleuren,

      laten we onze plaats

      innemen aan het firmament.

Jij: Hoop is verboden

      door het boek

      van de duistere machten.

      Ik ben gedoemd

      om te leven in mijn rijk,

      een land waar er geen

      plaats is voor licht.

Ik: Ga verloren liefde.

      Vandaag kunnen we praten

       in het Colosseum waar

       alle kleuren verenigen.

       Morgen zullen we strijden

       op het schaakbord

       van het eeuwige leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *