De gebroken spiegel

De gebroken spiegel

De dag dat je uit mijn leven stapte zag ik de golven bevriezen zoals een gebarsten spiegel. In de facetten zag ik mezelf met duizend gezichten. In diezelfde seconden begreep ik uitgebluste schrijver dat mijn verhaal meteen ook ten einde was. De tranen ontsnapten wild op mijn verscheurd gezicht als spontaan ontstane watervallen van onmacht en onmetelijk verdriet. Mijn handpalm die je zovele malen had aangeraakt sloten je hemelsblauwe ogen. In de sereniteit van het oneindige keek ik je aan in een kille kamer, wit steriel, net zoals een blad die volledig werd uitgewist door een gefrustreerde auteur. Je lag er vredig bij in een aura van onvatbaarheid. Nog eenmaal streelde ik je blonde lokken, net als zijde, zoals de woorden die je steeds tot me toe sprak. Onvermijdelijk zoals de maan de golven beveelt zich terug te trekken op het strand van het leven, werd het witte laken over je heen geschoven, alsof de dood iets beschamend was. In een fast forward moment keek ik nog eventjes het silhouet aan van wat eens de liefde van mijn leven was. Zelfs nu was je nog perfecter dan een Stradivarius en mooier dan de Taj Mahal in de omhelzing van de vallende avond.

Pijnlijk was het te beseffen dat ik zonder jou, niet meer was dan een romantische dromer die naast zijn tijd leeft. Waar kan ik beginnen om iets te beschrijven waarvoor geen woorden nodig zijn?, hoe bezing ik het lied van twee ademhalingen op één kussen die dreven op een zee van hoop en geluk?, waarom heeft Ying zijn Yang gevonden om die uiteindelijk te verliezen? Enkel de gelofte die je uit mij dwong om door te gaan, liet me mezelf voortslepen in de dagen, weken, maanden, jaren. Gevangen in mijn illusies en het gemis van een hallucinante troost was ik verdiept in mijn boeken en verhalen, mijn kinderen, onze kinderen. In de cellen van mijn dagen meende ik meermaals je stem te horen, ik werd wakker met je parfum op mijn wang, in sommige mensen meende ik iets van jou te herontdekken. Prachtige maar pijnlijke illusies die me dreven in de oase van mijn helse pijn. Gevangene in mijn eigen historie, cipier van het weggerukte hart dat naast me groeide.

Twee continenten en acht jaar later, keek ik op een regenachtige dag naar het schilderij die ik creëerde naar je evenbeeld. De ogen keken me aan, zoals alleen jij dit kon, soms zag ik medeleven in de blik die voortvloeide uit mijn penseel en vooral het levenslicht zag uit de warmte die jij me steeds gaf. Ik haalde mij terug voor ogen hoe je op een speciale manier mijn hals streelde ‘s avonds, in een fractie van een seconde hoorde ik je fluwelen stem het koos naampje noemen die je me gaf. “Koli” zei je tegen me elke dag, zestien jaar lang, je lieveling vogel de kolibrie, klein fragiel vogeltje zoals jij, was hiervoor verantwoordelijk. Ik vroeg me dagelijks af of een man kon leven van herinneringen? Voor het eerst sinds tijden had ik geen pasklaar antwoord. Enkel de zelfhaat was overgebleven, wat moet een eenzame wolf nog zoeken tussen de mensenmassa? Waarom had ik je niet eerder leren kennen? Waarom was ik niet heengegaan. Sinds de dag dat je voor de laatste maal een zucht liet kon ik niet helpen mij af te vragen waar je nu was? Was ik nog een hoofdstuk in jouw verhaal? Was ik een oude seniele gek?

Op een moment van onachtzaamheid gebeurde het, mijn zorgvuldig gebouwde emotionele burcht werd ingenomen door de schoonheid der banaliteit. De nieuwe buren hadden reeds verschillende malen geprobeerd om mijn isolement te doorbreken, en omdat ik toch geen betekenisvolle dingen meer te doen had waren ze voor mij bekende gezichten geworden, die mij nog een beetje vertrouwen gaven in de menselijke natuur. Vooral met de achtjarige dochter was er een onzichtbare band, misschien zag ik in haar de dochter die ik nooit had gehad, haar edel metalen lokken deden me denken aan jou en de verbazende jeugdige uitdrukkingen op haar gezicht slorpten me terug op in een verleden waar jij naast me wandelde in mijn leven en hart. Het was vreemd om te moeten toegeven dat ik het praten had verleerd, soms wou ik die kleine meid vertellen over jou, hoe ik reeds duizenden levens had geleefd, hoe jij mijn Cleopatra was geweest, hoe we samen stonden aan de ruïnes van de geschiedenis, telkens weer, samen, magnetisch aangetrokken. Op één of andere manier kwam ik er niet toe om onze symfonie te delen met iemand.

Hoe fel ik wou dat ik je eens zou weerzien, dwaze verzuchtingen van een gebroken man. Hoe de kleine meid er in slaagde weet ik niet maar ik kon wat van mijn levenslust terugvinden, op een manier die ik eigenlijk niet wou toelaten. Er waren die magische momenten zoals toen ze keek naar je schilderij, de glimlach op haar gezicht was er één van geruststelling en narcose-rust. Die dag wou ik haar eigenlijk vertellen over het deel van mezelf dat al die jaren terug was heengegaan, weggemaaid door een dronken bestuurder. In Van Gogh kleuren wou ik je beschrijven zoals een veld zonnebloemen, de Japanse bloesems die neer regenen op de opkomende zon.

Het buurmeisje keek me aan, knuffelde stil en wreef met haar handpalm over mijn nek, zoals alleen jij kon.

“Je bent nooit alleen geweest Koli” zei ze.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *